Delosgaia

Tortuquero - San Gerardo de Dota

  • We vertrekken vandaag van Tortuguero NP naar San Gerardo de Dota. In de afgelopen nacht heeft het niet geregend en we hebben de brulapen niet meer gehoord. We zijn om kwart voor zeven opgestaan en hebben de tas ingepakt voordat we zijn gaan ontbijten. Bij het ontbijt hebben we de mogelijkheid om een omelet of spiegelei te laten bakken, verder de gebruikelijke pannenkoekjes.
    Om half negen vertrekken we met de boot, er staat nu minder water in het kanaal en er drijven heel veel boomstammen in het rond. Vanuit het kanaal volgen we een van de vele rivieren en de schipper moet vaak veel vaart minderen om te zorgen dat we niet vastlopen op de vele boomstammen onder water.
    Jaime staat al klaar met de bus en we rijden al vrij snel weg. De busrit van vandaag zal lang zijn en we hopen dat we voor zonsondergang in de Dota Valley aankomen. De eerste stop is in Guápiles om koffie te drinken en om wat boodschappen te doen. Daarna rijden we door naar Squirres voor de lunch. Het duurt alleen lang voordat we ons eten krijgen, de keuken is niet groot en er is vlak voor ons een grote groep binnengekomen. Pas om twee uur rijden we weg en gaan de bergen van de Cordillera Centro in. De route is extreem mooi. In de Central Valley aangekomen rijden we naar Carthago voor een korte stop bij de Basilisk. In Carthago is het door de hoogte boven zeeniveau behoorlijk fris. Hier vandaan is het nog twee uur naar de lodge in San Gerardo de Dota. Om er te komen volgen we de Pan American Highway, oftewel highway 2. We klimmen flink, de weg is heel bochtig maar gelukkig niet te druk. Er rijden wel veel vrachtwagens over deze weg. Het laatste uur rijden we in het donker en het mist. We zitten nu op een hoogte van ruim 3000m, de lodge ligt op 2200m en het afdalen vanaf de Pan American Highway gaat in het donker over een ongeplaveide weg.

  • Cathedral Carthago

    Binnen in Cathedral in Carthago

  • San Gerardo de Dota

  • De grootouders (twee broers en hun vrouwen) van de huidige eigenaren van de lodge zijn in de jaren zestig in dit deel van Costa Rica gaan wonen. Ze kwamen daarvoor al jaren in het dal van Rio Savegre om te jagen en besloten door de invoering van de Homestead law dit dal als hun eigendom te laten registeren. Later zijn nog meer leden van de familie in het dal gaan wonen. De vrouwen hebben ieder 10 kinderen in dit dal op de wereld gezet en geen ervan is in de jeugd overleden. Beide vrouwen waren daar zo blij van dat ze de naam van de heilige San Gerardo de Dota aan het dal hebben gegeven.
    Om kwart voor zeven komen we aan bij de lodge, de kamers zijn mooi en ruim en voor het eerst sinds Nederland slapen we onder dekens. In de nacht kan de temperatuur dalen naar 4°C. Het eten wordt heel familiar opgediend, op tafel worden schotels gezet met allerlei Costa Ricaanse lekkernijen en je kan pakken wat je wilt hebben.
    Op elke kamer is wifi aanwezig en we halen de mail binnen. Om kwart voor tien liggen we in bed. De volgende dag gaan we in twee groepen het nevelwoud van Parque Nacional Los Quetzales in.
    De volgende morgen staan we om kwart over zeven op. Het bed is vrij hard en de kussens zijn plat. De doucheruimte is groot en het water komt niet alleen uit de kop maar ook uit de onderste kraan. De zon schijnt volop als we opstaan en we ontbijten buiten met brood, koffie, omelet. Het smaakt allemaal uitstekend. Om negen uur gaan we in twee groepen het nevelwoud in. Het 1e stuk is behoorlijk stijl klimmen. We volgen het pad la Quebrada (kleine rivier). Dit is 1,6 km heen en terug ruim 4 km. De route is schitterend, langs het pad zien we heel veel paddenstoelen en veel minder vogels, wel een pootafdruk van een coyote. Een deel van het regenwoud langs het pad is secundair met veel meer afwisseling in vegetatie, het andere primaire deel is veel eenzijdiger. Op de takken en omgevallen bomen groeien bromelia’s. We zien twee variaties, met rode en met groene bladeren. Het zijn beide dezelfde plant maar het kleurverschil wordt veroorzaakt door de hoeveelheid licht die op de bladeren valt, hoe meer licht er op ze valt des te roder zijn de bladeren.
    De zon zit nu achter donkere wolken en het regent zo nu en dan. Dit is de horizontale regen, deze komt als mist en condenseert op de bomen. Zo krijgen de bomen genoeg vocht. Onderweg begint het te onweren en bliksemen. Maar het gaat niet hard regenen. Even na 12 uur zijn we terug en om 12.30 gaan we lunchen.
    Gedurende de lunch regent het even flink. Na de lunch halen we fototoestellen op om foto’s van de vele kolibries en vogels rondom de lodge te maken. In de omgeving was tot 30 jaar geleden alleen veeteelt maar om het toerisme te bevorderen zijn er boomgaarden met appels, avocado’s, pruimen en perziken aangepland. Vanaf het bankje voor onze kamer genieten we van de tuin van het hotel. Verder maken we er een luie middag van. Het regent ook het merendeel van de tijd.
    Om 17.00 gaan we wat drinken in de bar, het is happy hour. Er zijn al 2 Nederlanders en een Amerikaan in de bar. De Amerikaan woont al drie jaar in Costa Rica. Om 19.00 gaan we eten en het is weer familiar. De tafel komt weer heel vol te staan met allerlei heerlijke gerechten. Na het eten gaan we terug naar de kamer, lezen nog wat en pakken de tas in. De volgende dag gaan we naar Playa Dominical aan de kust van de Grote Oceaan. We blijven daar één nacht en gaan dan door naar Corcovado National park, het hoogtepunt van deze reis.

  • Rode Bromelia

    Rode Bromelia

    Colibri

    Colibri